Albanië & voormalig Joegoslavië

2009 BalkanDit is een reisverslag van een collega die ik ontmoette bij de ANWB. Om te voorkomen dat het verdwijnt van de internet servers heb ik het voor de zekerheid hier nog opgeslagen. Het origineel is hier gepost: BMW GS Club NL: Reisverslag Albanië en voormalig Joegoslavië 2009

Reisverslag Albanië en voormalig Joegoslavië 2009
Door de westelijke Balkans op een GS

Verslag van een solo-motorreis door de westelijke Balkan op mijn R1200GS: 6250 km in 24 dagen door Albanië en het voormalige Joegoslavië (Slovenië, Kroatië, Bosnië Herzegovina, Montenegro, Macedonië, Servië en Kosovo).

Samenvatting

De westelijke Balkans zijn een nog relatief onbekende bestemming voor motorrijders. Geheel onterecht, want de natuur en wegen zijn schitterend, het weer is doorgaans prima en er zijn voldoende bezienswaardigheden.

Ook de geschiedenis is indrukwekkend; met name de gevolgen van conflicten uit de jaren ’90 zijn nu nog duidelijk zichtbaar. Mensen hebben veel meegemaakt maar hebben een groot relativerings- en doorzettingsvermogen, en staan zeker open voor bezoekers.

De voorzieningen zoals restaurants, hotels en wegen zijn in voldoende mate aanwezig, en worden steeds beter. Hopelijk niet te snel, want is dit niet juist een van de belangrijkste redenen om naar dit laatste nog relatief onontdekte stukje Europa te gaan?

Dag 1: 26 augustus 2009: Berkel en Rodenrijs (NL) – Düsseldorf, D (240km)

‘s-Morgens nog even snel een doorwaaibroek gekocht vanwege de aanhoudend hoe temperaturen in Joegoslavië. Alles blijkt redelijk gemakkelijk in de drie koffertassen te passen. Ik heb voor 10 dagen schone kleding mee en ga er van uit dat ik halverwege mijn reis ergens kan wassen. Nog even snel naar de markt voor een mooie bos bloemen voor mijn vriendin die het een poosje zonder mij moet stellen. Na de lunch is het dan echt zover, ik vertrek! De eerste etappe gaat langs mijn vader in Arnhem, die ik nog niet had verteld over het avontuur dat ik ga ondernemen. Hij en zijn vrouw reageren gelukkig enthousiast i.p.v. bezorgd en na een uurtje zwaaien ze me uit richting Düsseldorf. Ik doe het rustig aan want volgens Truus (= Garmin Zumo 550) heb ik zat tijd. Ruim op tijd bij à¬do is der Bahnhofë om de motor en bagage te prepareren. Je krijgt vier lussen die je zelf mag aanleggen. Bij het oprijden moet je op je tank gaan liggen, zo laag is het. Op de zijstandaard en het personeel doet de rest. Vriendin belt geëmotioneerd op dat ze bloemen erg mooi vind. Even later worden we aan de trein uit Hamburg gekoppeld en vertrekken we richting zuiden. Ik deel de slaapcoupé met een zweeds stel dat met een Alfa Spider naar Verona gaat en twee duitse jongens die in de Dolomieten gaan toeren. Mijn plannen m.b.t. Albanië maken veel indruk, en ik krijg meteen tips mee voor de kwaliteit van de wegen in Kroatië en Griekenland. Het eten dat normaal gesproken in de trein verkrijgbaar is blijkt er door omstandigheden niet te zijn, dus ik koop meteen maar de laatste voorverpakte sandwiches en spoel ze weg met een Becks. In de coupe praten we over landen, reizen, motoren etc. Enkele Becks verder worden de bedjes neergeklapt en om te gaan pitten. Oordoppen in tegen de herrie, maar prima te doen. Morgen de eerste ëechteà­ dag vanuit Bolzano richting Slovenië.

Dag 2: 27 augustus 2009: Bolzano, I – Cortina dà­Ampezzo – Carnia (242 km)

Minimalistisch out-of-the-box ontbijt in de trein. Dat halen we nog wel in. Uitladen duurt best lang en eerste navigatie gaat meteen mis op doodlopende weggetjes. Eenmaal op de goede weg richting Seismer Alp, de hoogste weide van Europa, veel last van trage voorliggers, of genieten die ook zo van de hoge bergen die om ons heen omhoog schieten o.a. Schlern (Sciliar)? Inhaalontbijt in Siusi. Mooie tocht door via Val Gardena , langs de noordzijde van de Sella groep, en vervolgens via de hoge passen Valparola en Falzarego langs de voormalige verdedigingswerken tussen Italië en Oostenrijk. Dit gebied (Zuid Tirol/ Alto Adige) hoorde vroeger tot Oostenrijk! Lunch in het mondaine Cortina dà­Ampezzo bestaat uit prosciutto, mozarella e.d. Je bent Italië of niet! Tegen beter weten in de omweg via de Drei Zinnern en Lago Misurina genomen, maar meer dan de moeite waard. Gesterkt door deze ervaring na Auronzo met zijn turqoise meer een extra pas met veel haarspelden genomen naar Santo Stefano en vervolgens via de Karnische Alpen naar het oosten. Ineens begint het te druppelen en bij Rigolato genoodzaakt te stoppen omdat het doorwaaipak zonder membraan er in natuurlijk voor geen meter waterdicht is. Gelukkig is het snel over. Mijn oorspronklijke doel Bovec in Slovenië wordt nu een beetje ver, dus in Tolmezzo zonder succes even rondgereden op zoek naar hotel . Stukje verderop slaag ik in Hotel Carnia met een zeer aantrekkelijke blokhut met bier voor de deur. De dame achter de tap heet Monica, een leuke Colombiaanse, die me na het uitwisselen van enige spaanse zinnetjes spontaan uitnodigt voor het carnaval in haar hometown. Kamer en eten zijn prima voor elkaar. Motor in de garage wat wil je nog meer. Tot laat zit ik buiten aan de locale rode wijn en praat o.a. met Nadia uit Roemenië, die opvalt door een relatief goede beheersing van het engels. Morgen wil ik via de Vrsic pas bij Triglav, Nova Goriza en Triëste naar de beroemde grotten bij Skocjan en dan overnachten in Koper.

Dag 3: 28 augustus 2009: Carnia -> Koper, SLO (299 km)

Geheel tegen de verwachting in een heel uitgebreid ontbijtbuffet en daarna snel vertrokken. De Julische Alpen blijken veel minder druk dus kan er lekker doorgereden worden. De pas omhoog richting Sella Nevea is ontroerend mooi, eerst slingerend langs een nog dampend riviertje, en dan flink wat haarspelden omhoog. Af en toe door de berg, dus maar goed dat ik een helm met ingebouwde zonnebril heb. De afdaling richting Tarvisio voert langs een mooi bergmeer. Vervolgens rechtsaf richting Kranska Gorja in Slovenië. Aangenaam is de verrassing dat Slovenië al lang op de Euro is overgegaan en nog aangenamer dat de benzine vrijwel wordt weggegeven (naar Hollandse maatstaven). Na een cappuchino beginnen we aan de Vrsic pas langs de Triglav, Sloveniës hoogste berg. In de eerste haarspeld verbaas ik me over de aanwezigheid klinkers, oppassen dus! Gelukkig is het droog en buiten de hairpins ligt er -afgezien van wat gaten en scheuren- ënormaalà­ asfalt. Toch blij dat ik op een GS zit en niet op mijn vorige fiets, een Intruder 1400! Bovenop de pas is het een drukte van jewelste met dagjesmensen dus even rondkijken en dan snel weer door. De haarspelden zijn genummerd t/m 50. Is dit een soort van recordaantal? Thuis even uitzoeken. < de Stelviopas heeft er ëmaarà­ 48, wie biedt er meer?> De pasweg eindigt onder in het dal van de Soca richting Bovec. Dit blijkt een heerlijke weg en Bovec blijkt een mooi etappe-plaatsje. De weg van Bovec naar Nova Gorica is mooi en snel door een rivierdal. Tussen Nova Gorica in Slovenië en Gorizia in Italië lag vroeger nog het ijzeren gordijn. Nu kan je zo over de grens lopen. Ik maak een foto van de GS op deze voormalige grens en even daarna geniet ik van een salade in Italië. De temperatuur is inmiddels opgelopen tot 35 graden. Al laatste troef verwijder ik de uitneembare panelen waardoor mijn jas nu helemaal doorwaait. Als het nog warmer wordt zal ik de kuipruit lager moeten zetten. Daarna een wederom snelle mooie weg naar Triëste. Langs de kust is het echter af en toe stapvoets rijden. I.t.t. sommige berichten is Triëste en hele mooie stad. Ik neem een aantal fotoà­s en een drankje op een van de terrassen aan een pittoresk kanaaltje. Vanuit Triëste de kortste (maar mooie) weg naar de Skocjan grotten. Hier een rondleiding door een overweldigend mooie grot (en ik heb er al wat gezien!) die op de UNESCO werelderfgoedlijst staat vanwege een ondergrondse canyon incl. rivier. Past zo in een Spielberg film! Onze gidse heeft een nederlands vriendje met net zoà­n motorjack als ik, maar houden de vergelijkingen op. Ze is een een beetje gek, maar dat wordt je vanzelf na 6 jaar rondleiden door dezelfde grot. De grot duurt langer dan gepland dus pak ik illegaal zonder vignet even de tolweg naar Koper, waar ik incheck in het gelijknamige hotel. Als USP beschikt dit hotel over een terras aan de haven met zeezicht waar ik nu dus lekker zit te typen. De bediening is echter een beetje oost-europees traag. Een DJ draait lekkere house . Morgen nog een stukje van Istrië incl. overgang naar Kroatië en hopelijk tot aan Plitvicka. Weà­ll see.

Dag 4: 29 augustus: Koper -> Karlobag, HR (342 km)

Ontbijt in Koper en daarna langs Piran. Je mag er alleen tegen betaling in, dus dat slaan we maar even over. Rijden is immers het doel van deze reis, niet zozeer het toerisme. Via Portoroz naar de grens met Kroatië. Bij het passeren daarvan kijk ik kennelijk naar de verkeerde official die geen stopgebaar maakt, dus rij stapvoets door. Blijkt er ook een man in het hokje te zitten die uit zijn vel springt dat ik niet stop. Ik speel de vermoorde onschuld en krijg mijn stempeltje. Eerstvolgende stop is Rovinj, een mooi stadje op een schiereiland. Ik maak er wat fotoà­s vanaf de kade. Pinnen voor Kunaà­s (1 euro = 7,5 Kuna). Vervolgens een mooie tocht dwars door Istrië richting Opatija en Rijkeja. Ook hier klopt weer niks van de berichten dat Istrië plat zou zijn; Er zijn prachtige heuvels, bergen en daarbij passende 3-D wegen, dwz bochtig en op en neer. De kwaliteit van het asfalt is prima; alleen in sommige steden zijn de kruisingen wat afgesleten en dus gladjes (gevoeld met de laars) . Via de Dalmatische kustweg naar Senj; wat een bochtenfestijn met zeezicht. Wel veel tegenliggers en overdreven inhaalver- en snelhei dsgeboden. Voor Senj begint het enorm te waaien vanuit de bergen, dus twijfel ik of het verstandig is de bergen in te gaan. Enkele kilometers later maak ik een executive decision (gebaseerd op erg zwarte lucht en nog meer wind) en ga ik van hier niet de bergen in richting Plitvicka, maar vervolg ik alsnog de kustweg naar Karlobag. Hier vind ik een eenvoudig hotelletje aan het haventje. De hele nacht waait het als een gek.

Dag 5: 30 augustus: Karlobag -> Split (248 km)

Vanwege de wind blijf ik wat langer op bed liggen, maar als de mensen me vertellen dat dit wel een paar dagen kan duren besluit ik het er alsnog op te wagen. Omhoog de bergen in aanvankelijk veel wind dus oppassen geblazen, maar eenmaal boven is het blauw en rustig. De doorgaande weg naar Knin is een hele mooie afwisselende en soms ook snelle. Langs de weg veel verlaten, vervallen huizen met vervallen daken en gevels vol kogelgaten. Stille getuigen van hetgeen zich hier heeft afgespeeld. Je hebt er natuurlijk over gelezen, maar je realiseert je het pas echt als je ziet. Langs de weg staat een pantserwagen als gedenkteken waar ik een foto van maak. Zonder problemen arriveer ik halverwege de middag in Split en check ik in het Bellevue, een hotel in oude stijl aan de haven op loopafstand van het paleis van keizer Diocletianus. Dit is dan ook meteen de hoofdattractie van Split, een openluchtmuseum waarin gewoon mensen wonen en vooral veel terrassen. Heel leuk om in rond te dwalen en de boulevard is ook goed gepimpt. De service in het Bellevue dat zijn glorietijd al lang heeft zien verstrijken is zoals de LP al aangaf een beetje laks. Dankzij een klein paaltje hou ik een permanente herinnering over aan Split op het deksel van een van de zijkoffers <na thuiskomst vervangen>.

Dag 6: 31 augustus: Split -> Mostar, BIH (188 km)

Zet ik mijn reis voort in zuidoostelijke richting langs de Dalmatische kust en vervolgens langs de rivier het binneland in naar Mostar. Als tijdelijk afscheid van de kust verorber ik een visje in Ploce, wat geen enkele toeristische ambities heeft, en juist daardoor wel aardig. Halverwege de middag arriveer ik in een erg heet Mostar en vind een leuke B&B met airco en parkeerplaats voor 35 euro. Lekker gedoucht en Mostar in. Vooral bekend van de kapotgeschoten en inmiddels herstelde brug (Unesco werelderfgoed). Het oude centrum is helemaal opgeknapt en zeer toeristisch maar niet te druk. Eind van de middag bezoek ik de voormalige front linie. Er staan zeer veel kapotgeschoten gebouwen, waaronder een groot modern kantoorgebouw. Er tegenover bevindt zich café Coco Loco en binnen vraag ik wat voor kantoorgebouw het is. Van het een komt het ander en heb ik de hele avond zitten praten (en bier drinken) met Zoran, een Kroaat die destijds als 17 jarige mee moest vechten. Het gesprek met Zoran heeft me zeer veel inzichten verschaft en is een van de hoogtepunten van mijn trip. Terug naar mijn B&B loop ik door de oude stad en zie wat jongeren op het dak van een van de kanten van de brug zitten. Tegen de tijd dat ik er ben zijn ze al weg, dus heb ik deze unieke plek voor mezelf om uit te kijken over Mostar en weg te dromen over van alles en nog wat.

Dag 7: 1 september: Mostar -> Sarajevo (128 km)

Ook het ontbijt is prima, een echte aanrader. Had ik al verteld dat ze een dakterras hebben met uitzicht op de oude brug? Vandaag is een makkie; de afstand naar Sarajevo is maar 125 km incl. een lekkere bergpas. Ik rij Sarajevo in over ëSniper Alleyà­, een zeer lange en brede boulevard waar men destijds bij het oversteken als schietschijf diende voor de Servische sluipschutters in de heuvels om de stad. Bizar! Ook passeer ik het Holiday Inn waar destijds alle oorlogscorrespondenten verbleven. Ik vind een B&B aan de rand van het oude turkse centrum, waar ik als lunch cerapi neem (lekkere vleesballetjes in een broodje). Sarajevo is een moderne stad waar veel minder over gebleven is aan oorlogsschade. De plek waar het startschot werd gegeven voor de 1eWO (aanslag op Frans Jozef) valt nauwelijks op. à­s-Avonds bij het eten raak in aan de praat met Enzo en Claudio, twee Italianen die een congres bezoeken. Als we het over Nederland hebben probeert een dikke toerist uit NL zich in ons gesprek te mengen, maar gelukkig weet ik mijn nationaliteit voor hem te verbergen, dus hij haakt snel af.

Dag 8: 2 september: Sarajevo -> Dubrovnik, HR (228 km)

Op papier een eenvoudige (rode) weg terug naar de kust gekozen. Tot Foca gaat alles makkelijk, daarna wordt het een stuk slechter incl. passages met slechts een enkele rijstrook en gravel (vanwege werkzaamheden waar niemand mee bezig lijkt). De omgeving is echter ontroerend mooi (moet zelfs nu even slikken), maar misschien speelt ook de eenzaamheid een beetje mee. Ik bevind me hier in een van de servische gebieden van BiH. Geen kip die engels of duits praat, dus handen en voeten gebruiken bij het bestellen. Ook Truus weet het niet meer want meneer Mapsource is hier nog niet geweest. Veel bekijks; kennelijk komt hier bijna geen buitenlander, laat staan op een motor. En geef nou toe, samen met de BMW zijn we best een indrukwekkende verschijning;-) Tijdens een koffiestop krijg ik toevallig een SMS, dus die bel ik meteen even live terug in de uitzending. Fijn om even iets vertrouwds te horen. De rest van de weg via Trevinje is over prima asfalt en twee rijstroken, dus ik slinger me met gemak naar de beschaving in Dubrovnik. In het aangrenzende Lapad krijg ik langs de weg kamers aangeboden, maar te duur naar mijn zin. Een ouder mannetje biedt zijn appartement incl. airco aan voor 35 euro en stapt bij me achterop er naar toe. Niks mis mee dus genomen. Snel douchen en met de stadsbus naar de fraaie oude stad van Split. Tijdens het eten raak ik in gesprek met een Australische uit Cairns die al drie maanden onderweg is, maar wel wat meer tijd neemt per plaats. Op basis van de weerberichten ga ik morgen Montenegro in, eerst langs de kust en hopelijk een flink eind de bergen in.

Dag 9: 3 september: Dubrovnik -> Zabljak, MNE (255 km)

Het oude mannetje komt stipt op tijd de sleutel in ontvangst nemen en na een ontbijtje aan de haven ga ik op weg naar Montenegro. Eenmaal daar schiet het verkeer rondom de baai van Kotor niet echt op. Gelukkig is het een hele mooie baai, zowat een binnenzee, en de plaats Kotor zelf is weer zoà­n typisch openluchtmuseum. Helaas ben ik vergeten de batterij van de camera op te laden dus verder deze dag geen fotoà­s kunnen maken. Daà­s wel jammer want de weg over de pas naar Cetinj blijkt fabelachtig met krappe haarspelden en fantastische uitzichten over Kotor, de baai en de Adriatische zee. Tijdens de lunch in Cetinj raak ik aan de praat met een leuk stel uit Praag. Dan via een mooie snelle en bochtige weg naar beneden richting Podgorica. Vanaf de pas zie je in de verte het Shkodermeer liggen, dat aan de verre zijde grenst aan Albanië. Ik twijfel of ik het Ostrogklooster zal bezoeken, maar ben blij dat ik het heb gedaan. Ten eerste omdat het een mooi ding is, zo hoog tegen de bergwand aan geplakt, ten tweede omdat de weg er naartoe zeer uitdagend is. Al slingerend ga je tegen de bergwand omhoog, met af en toe heel slecht, zeg maar soms onverharde weg. Ze zeggen dat Milosevic zich hier hier verschuild. In Niksic vraag ik hoelang het nog is naar Zabljak, de enige plaats van betekenis in NP Dormitur (hoogste berg van Montenegro) . De ober denkt 2,5 uur en informeert meteen naar de prijs van mijn motor want hij wil er later net zo een. In ongeveer de helft van de aangegeven tijd bereik ik mijn bestemming, ondanks de af en toe smalle en slechte maar welk heel mooie weggetjes. Leuk hotel gevonden waar ik twee duitsers ontmoet die ook al in Kosovo en Albanië zijn geweest. Handig voor de praktische informatie. Na het eten bezoeken een we een plaatselijke kroeg.

Dag 10: 4 september: Zabljak -> Pristina, KOS (335 km)

Via een perfecte weg door de Tara Canyon (de een na diepste ter wereld, na de Grand Canyon in de USA) bereik ik Berana voor de lunch. Volgens mijn wegenkaart is er een interessanter (gele) bergweg naar Pec in Kosovo. Na vele kilometers omhoog te zijn geslingerd veranderd de weg echter in een onverhard spoor. Ik probeer het eventjes maar besluit wijselijk om te keren. Via Berana neem ik de kennelijk reguliere weg naar Pec. Na het passeren van de Montenegrijnse grenspost wordt de weg perfect en rijden mij veel identieke trucks tegemoet. Zal een soort levensader zijn voor Kosovo? Net als de luchtbrug van Berlijn indertijd. Bij de grens met Kosovo zijn ze heel vriendelijk, maar ik moet wel even een aparte Insurance afsluiten voor de motor want de groene kaart is hier niet geldig. Pec is net een Turkse stad. Om het orthodoxe klooster te bezoeken moet je langs een KFOR checkpoint. Wel handig dat ik een beetje Italiaans kan lullen met de manschappen aldaar. In het klooster zijn zeer fraaie frescoà­s. De weg naar Pristina is één grote bouwput, telkens via onverharde stukken van de weg af. Vermoeid bereik ik hotel Afa. à­s Avonds ga ik de stad in en vraagt een Amerikaanse of ze bij me mag komen zitten. ëCatà­ doet een soort stage voor de US government , allemaal heel interessant. We drinken nog wat en delen en taxi naar onze overnachtingsadressen.

Dag 11: 5 september: Pristina -> Tirana, AL (287 km)

I.t.t. tot het weerbericht van de voorgaande dagen is het bewolkt en nu gaat het volgens www.weeronline.nl regenen in Kosovo en Macedonië. Toch maar naar Shkoder dus. Eerste stuk vanuit Pristina en de weg naar Prizren verlopen voorspoedig. Daarna is het maar een klein stukje naar de grens met Albanië waar ik wederom alleen maar vriendelijkheid ontmoet. Vanaf de grens ligt er een fonkelnieuwe snelweg naar de kust. Het rare is dat er vrijwel geen verkeer is, dus je hebt de snelweg vrijwel geheel voor jezelf. Je kan je voorstellen dat ik wat sneller dan gepland de kust heb bereikt, ondanks de wachttijd bij een tunnel . Tot mijn verbazing kom ik niet uit bij Shkoder, maar al halverweg de kustweg naar Tirana. Aangezien ik geen zin heb om te ëbacktrackenà­ rij ik door naar Tirana. Conform de beschrijvingen in de LP is het verkeer hier nogal hectisch maar op een af andere manier hebben ze wel veel respect voor mijn motor. Op de andere weghelft rijdt een truck tegen een Mercedes aan. Afgeleid? Vrij gemakkelijk vind ik hotel Luna. Ff douchen en de stad in. De buurvrouw tegenover het hotel is bereid om mijn kleren te wassen. Het centrum ligt rondom een groot plein uit de communistische periode met een beeld van de nationale held. Er is ook een straat genoemd naar George W. Bush die niet lang geleden Albanië heeft bezocht, maar die is behoorlijk aftands, dus of je daar blij mee moet zijn? Ik zit aan de rand van het uitgaansgebied, vol met lounge-terrassen. Tirana is een echte partytown!

Dag 12: 6 september à­09 : Tirana -> Berat (231 km)

Als ik opsta regent het, gaat het onweren en valt de stroom uit. Wordt vandaag een rustdag? Na 10 uur wordt het langzamerhand droog en komt het zonnetje erdoor. Misschien dat ik toch door kan naar Berat. De overbuurvrouw heeft de was klaar, lekker schoon en fris. Om 11 uur is het weer droog en zonnig dus we kunnen weer. Nog even door het centrum omdat de zon nu mooi op de mozaiek gevel staat voor een fotootje. Dan via de bergen naar Elbasan. Laat ik de bandenspanning eens op peil brengen, maar na het vullen geeft de RDC nog lager aan dan và›à›r het vullen. Geen lekker gevoel, en bij de volgende tankstations is er geen lucht. Bij een ëgomisterà­ (bandenplakker) hangt een ouderwetse vulslang met meter en deze geeft aan dat alles OK is. Kennelijk geven de sensoren van de BMW te laag aan. Iets om na terugkomst in NL te laten checken. Heerlijk sturen en vlak voor Elbasan een restaurant met uitzicht gevonden over het dal. Ik wil via een binnendoorweg naar Berat, maar kom uit op de weg naar Gramsj. Werkelijk heel mooi, maar voorbij Gramsj verandert de weg in een keienpad waar ik enkele kilometers lang mijn Dakar-vaardigheden uitprobeer. Gaat niet eens slecht, maar om dit nog 90 km vol te houden tot Korce is geen veilige optie, dus rechtsomkeert. Daarbij kom ik drie Tsjechen tegen, die op veel lichtere off-road motoren rijden (KTM, Yamaha). Zij vonden het al erg dapper dat ik zover met de GS was gegaan. Op het asfalt is de GS echter weer een stuk sneller, bovendien ken ik de weg inmiddels van de heenweg. Via een omweg bereik ik Berat en neem mijn intrek in het door de LP aanbevolen hotel, indertijd onderdeel van het paleis van de Pasja. Lekker luxe met bubbelbad! Nog volkdoende tijd om het kasteel boven de stad te bekijken. De klim is goed voor me, verder zit ik immers de hele dag op mijn reet! à­s-Avonds loop ik door de turkse wijk, bestaande uit allemaal huisjes die tegen een helling zijn geplakt. Samen met het kasteel is dit de reden dat Berat op de lijst van Unesco werelderfgoederen staat.

Dag 13: 7 september: Berat -> Sarande (223 km)

Doel voor vandaag is de zuidkust van Albanië. Eerste stuk tot de koffie in Vlore is druk en moeizaam. Daarna begint het feest met een mooie pas omhoog een schitterende afdaling naar Dhermi. De weg is hier perfect vernieuwd en er is wederom haast geen verkeer dus op en top toerplezier t/m Sarande. Onderweg stop ik bij een restaurantje waar ik samen lunch met twee Engelsen uit London, die hier liftend zij gekomen (via Corfu, dat direct tegenover Sarande ligt). Het is nog vroeg dus rij meteen door om Butrint te bekijken. Ik geef de bewaker een euro om op mijn spullen te passen. In motorkleding is het immers te warm om rond te lopen. Tussen de opgravingen ontmoet ik een grappige Canadees die rondreist met dito Albaanse man. De lucht betrekt en het gaat regenen, maar ik schat in niet voor lang. Zo ja, dan ben ik mooi de sigaar. Eenmaal bij de uitgang klaart het op en kan ik droog terugrijden naar Sarande, waar ik een hotel aan het strand pak en nog even snel in het water plons met uitzicht op Corfu.

2009 Balkan

Dag 14: 8 september: Sarande -> Pogradec (266 km)

Richting Gjirokaster gestopt bij Blue Eye Spring & Lake. Best aardig om te zien hoe het water in het meertje omhoog komt uit een bron. De pas over de bergen naar Gjirokaster is lekker. Eenmaal daar rijdt ik de oude stad in, maar keer snel om. Veel te druk, steil en glad. Heb ook meer zin om door te rijden dus meteen naar Permet richting Korce. Nou mensen , dit is dus dé reden waarom je gaat motorrijden in Albanië! Wat een weg, die helemaal voldoet aan wat je zou verwachten. Tot nu toe was de kwaliteit van de wegen gewoonweg onverwacht goed. Ik moet nu zovaak stoppen om van al het mooie het uitzicht te genieten dat het allemaal wat langer duurt. Op een gegeven moment heb ik nog maar weinig benzine. In een dorpje hebben ze alleen benzine met octaangehalte van 85, dus tank ik maar 2 liter, waarmee ik mijn actieradius ongeveer verdubbel. Zonder verdere problemen bereik ik de beschaving. Onderweg bel ik mijn broer om de contactgegevens van BMW in Sarajevo op te zoeken, want mijn achterband begint aardig versleten te raken. Via Korce rij ik naar Pogradec aan het Ohrid meer. Ik heb nog steeds Albaanse Leks van de eerste keer pinnen, dus om deze op te maken kies het maar duurste hotel met een kamer met uitzicht over het meer, maar kan het niet laten om wat van de prijs af te pingelen, waardoor ik nog steeds maar 25 euro betaal. Morgen kijken of ik mijn resterende Leks kan omwisselen in MKD.

Dag 15: 9 september: Pogradec -> Skopje, MK (274 km)

Naast het hotel is een bank waar ik de LEKs kan omwisselen in Euroà­s. De Albaanse douanier wil graag mijn handschoenen hebben maar ik doe alsof ik hem niet snap. Bij de grenspost van Macedonië loop ik Cat uit Pristina weer tegen het lijf, nu met een groepje medestudenten. Ik ga over de bergrug die Lake Ohrid scheidt van Lake Prespa, en pak zo een fraaie pas tussen twee meren voor de prijs van één. Via de snelle doorgaande weg met doortrekkende bochten kom ik in de plaats Ohrid. Via smalle steile straatjes rijd ik naar het kerkje Sveti Jovan at Kaneo, het meest gefotografeerde plekje in Macedonië, en terecht want het kerkje ligt zeer mooi op een klif aan het meer. Onderaan bij het water smaakt de espresso weer goed. Kan gewoon met euroà­s betalen, maar krijg wisselgeld in MKD. Deze zullen goed van pas komen bij het betalen van de tol langs de snelweg voor en na Skopje. In Ohrid eet ik een Mavrovo-forel, dus niet de beschermde Ohrid forel. De omweg via Mavrovo NP blijkt net opnieuw geasfalteerd, dus er kan lekker worden doorgestuurd. De kwaliteit van de wegen in Macedonië is sowieso veel beter en vertrouwenwekkender dan Albanië. Tijdens de rit dreigt het te gaan regenen, dus weinig tijd en slecht licht om fotoà­s te maken. Plotseling houdt de Zumo er mee op. Voor het navigeren maakt het niet uit, want sinds het verlaten van Kroatië moet ik toch al op de papieren kaart rijden. Ik bel mijn broer voor het nummer van Waypoint in NL en zij helpen me het toestel weer aan de praat te krijgen d.m.v. een harde reset, waardoor ik helaas de hele tracklog kwijt ben. Omdat er geen goed alternatief is neem ik de tolweg naar Skopje, waar ik met enig zoekwerk Hotel Jadran vindt. Een beetje vervallen, maar in Skopje is de prijs/kwaliteit verhouding nu eenmaal ongunstiger dan de omliggende landen. Skopje heeft een enorm groot plein en er is een muziekfestival gaande, en omdat Macedonië moet voetballen tegen Noorwegen is het erg druk op alle terrassen. Ik eet in de turkse wijk aan de andere kant van de rivier, met al zijn winkeltjes en eettentjes.

Dag 16: 10 september: Skopje -> Beograd, SRB (433 km)

Ik red het net om alle tolheffingen te betalen met de weinige MKD die ik nog over heb. Over de grens in Servië ga ik bij Vranje van de weg af om te pinnen en koffie te drinken. Iedereen is superaardig en dat blijft me gedurende mijn hele verblijf in Servië opvallen. Jammer dat de Serviërs zoà­n slechte reputatie hebben gekregen, wat mij betreft onterecht. De weg tot Nis heeft lekker lange bochten. In Nis bezoek ik Skull Tower, waar de turken de schedels van de opstandige Serviërs als afschrikwekkende waarschuwing hebben ingemetseld. Buiten raak ik aan de praat met Servische motorrijders op een Transalp die vervolgens vragen of ik zin heb om het komende weekend bij hun groep aan te sluiten in Mokra Gora. Wie weet. De snelweg naar Beograd is snel en efficiënt. Helaas begint het te regenen, en moet ik even onder een viaduct stoppen om mijn regenbroek aantrekken. Bij het eerstvolgende tankstation wacht ik tot de bui is overgewaaid. Tot Belgrado moet ik zo een paar keer schuilen. Eenmaal in Belgrado ga ik eerst op zoek naar de BMW dealer. Op de aanwijzingen van de bikers uit Nis vindt ik de hoofdvestiging van BMW Radulevic,maar voor service blijk ik bij een andere vestiging te moeten zijn. Omdat ik er niet uitkom spreek ik een taxichauffeur aan, die zonder aarzelen aangeeft hem te volgen. Klasse! Als ik aankom is de zaak net gesloten, maar weet nu waar het is voor de volgende ochtend. Vroeg in de avond vind ik het relatief centraal gelegen Hotel Excelsior waar ik de laatst overgebleven kamer boek. Na het douchen ga ik de stad in. Skadarskija is een leuk straatje met allerlei eettentjes. De Federal Association of Backpackers is super sfeervolle, maar zeer goed verborgen bar. Op straat staat niks aangegeven, dus je moet het echt weten welk gebouw je binnen moet lopen en dan de trap af naar de kelder.

Dag 17: 11 september: Beograd -> Beograd (195 km)

Het luxe onbijt bevestigd mijn plan om nog een nachtje in Belgrado te blijven. Als eerste een nieuwe band er op laten leggen. Wel handig dat Bridgestone en BMW bij elkaar zitten. In een uur is het gepiept, eigenlijk een half uur, maar de Servische jongen die me helpt houdt wel van een praatje. Ik laat hem meteen uitleggen hoe ik het beste naar Fruska Gora kan rijden. Dit is een heuvelachtige streek net onder Novi Sad, mooi om de nieuwe band in te wijden. Ik lunch op het terras van de citadel van Petrovardin en praat uitgebreid met twee jongens uit de nabijgelegen plaats Indjia. Ze vertellen hoe ze indertijd aan het spelen waren en het luchtalarm om te schuilen voor de NATO bombardementen. Een vreemd idee als je een voormalig F-16 piloot in je vriendenkring hebt. Tijdens de lunch valt een buitje, maar wij zitten droog onder de grote parasols. In de loop van de middag stuur ik weer naar Belgrado. Bij een tankstation vragen wat Serviërs of ik bij hen wil komen zitten. We kletsen en dollen wat en na afloop staan ze erop om mijn drankje te betalen. In Belgrado maak ik nog wat fotoà­s van de schade a.g.v. de NATO bombardementen. Terug in het hotel lekker gedoucht. I.v.m. een raar gevoel in de buik ergens een eenvoudige pasta gegeten en terug naar het hotel om het dagboek bij te werken.

Dag 18: 12 september: Beograd -> Mokra Gora (237 km)

Vanuit Belgrado rijdt ik in zuidelijke richting via Cacak naar Mokra Gora, dat gelegen is tussen het Tara- en Zlatibor gebergte. Het eerste stuk is vrij saai over de doorgaande weg langs en door veel plaatsen. I.v.m. de maag bestaat de lunch uit een pak koekjes, die ik langs een rivier bij een bron soldaat maak. Hoe verder ik de bergen in kom des te kouder het wordt en besluit ik de wind- en waterdichte voering in de jas te ritsen. Terwijl ik dit sta te doen komt er een grote groep motorrijders langs, die ik voor de laatste kilometers volg naar Mokra Gora. Daar aangekomen blijkt dit ëhet groepje vriendenà­ te zijn waar de motorrijders die ik Niksic had ontmoet , het over hadden. Ik beland midden in het motorweekend van een dikke 60 leden van een Servisch motorforum. Accommodatie vinden lukt dan ook alleen doordat enkele leden niet zijn komen opdagen. Ik wordt ingedeeld in een kamer in een gastenverblijf op 2 km vanaf het centrale hotel/restaurant van waaruit alle activiteiten plaatsvinden. Als eerste maken we een rondrit met een historische trein , die zich door de bergen een weg slingert. De conducteur lijkt zo weggestapt uit het fotoalbum van de familie Jeltsin. Na de het ritje met de trein kunnen we ons opfrissen in onze accommodatie. De Serviërs zijn verbaasd dat ik lopend naar het centrale punt ga voor het eten, maar aan het einde van de avond besluiten enkele mijn voorbeeld te volgen. De hele avond regent het pijpenstelen, behalve als we moeten teruglopen naar onze slaapplaatsen.

Dag 19: 13 september: Mokra Gora -> Jajce (303 km)

‘s-Morgens is het droog. Bij het van de bok halen duikt de rechterkant daarvan in een gat in het wegdek en valt de motor weg naar de andere kant. Geen houden aan, maar gelukkig op de valbeugel en de koffer, en niet tegen de motor ernaast, en die daarnaast, en die daarnaast à– Motor weer overeind getild en naar het ontbijt gereden. Na het afscheid rij ik nog even even kort naar het dorpje Drvengrad dat speciaal gemaakt is door Emir Kusturicaà­s voor zijn film Life is a Miracle. Thuis maar eens gaan opzoeken en bekijken. <Een leuk filmpje over Mokra Gora en de bezienswaardigheden staat op http://www.dailymotion.com/video/x5zwm7_mecavnik-le-village-de-kusturica_travel>. Enkele kilometers passeer ik de grens met BiH, waarna de weg mooi slingerend de rivier volgt tot Visegrad, met haar arcadenbrug , die eveneens behoort tot UNESCO werelderfgoederen. Het begint een beetje te miezeren, maar achter het windscherm merk ik er nauwelijks wat van. Bovendien gaat de fraaie weg door veel korte tunneltjes, dus dan rij je sowieso droog. Over de bergen naar Sarajevo, waar ooit de Olympische winsterspelen gehouden zijn wordt het gelukkig droger maar ook weer kouder en moet zelfs het fleecetruitje aan. Bij Sarajevo is het weer prima weer en rijdt ik om de stad heen, en heb ik hetzelfde perspectief als de sluipschutters ten tijde van de belegering. In de loop van de middag kom ik door Travnik en bezoek ik de burcht. Ik eindig in Jajce met zijn waterval, kasteel, en catacomben. Overal wappert de Kroatische vlag, ook al zijn we nog in BiH. Wellicht heeft dit nationalisme te maken met de nabijheid van Republika Serpska, Servische gebieden met een bepaalde autonomie binnen BiH met waar ik de volgende dag zal binnenrijden. Het slaat natuurlijk nergens op, maar als ik de groepjes Kroatische mannen hier met elkaar zie pilsen kan ik de gedachte niet onderdrukken dat het kleine reünietjes van etnische zuiveraars zijn.

Dag 20: 14 september: Jajce -> Plitvicka Jezera, HR (246 km)

Vanaf Jajce ga ik verder in de richting van Plitvicka Jezera, omdat ik daar op de heenreis niet langs ben geweest. Zodra de doorgaande weg wat saaier wordt maak ik echter een omweg door de streek Krajina, de stad Bosanska Krupa en de Una vallei. Voor het eerst deze reis wordt ik aangehouden door politie met hun ëspiegeleià­. En ook hier werkt de elders reeds vele malen beproefde truc om hen meteen de weg te vragen naar de volgende plaats. Ze worden dan meteen behulpzaam en vergeten waarom ze je hebben laten stoppen. In Ostrozak bezoek ik een nog niet zo lang verlaten kasteel dat zà› als decor voor een Dracula film kan fungeren. Tijdens de lunch in een door de Lonely Planet aanbevolen restaurant regent het, maar zoals tot nu toe vrijwel elke keer is het droog all ik de weg weer op moet. Enkele kilometers verder steek ik de grens over met Kroatië en bereik ik de meren van Plitvicka.

Dag 21: 15 september: Plitvicka Jezera -> Ljubljana, SLO (287 km)

‘s-Morgens bezoek ik de meren van Plitvicka, een aaneengeschakeling van meren die onderling verbonden zijn door watervallen in alle soorten en maten. Waar je ook loopt of kijkt is er water om je heen, mede door de zeer fraai aangelegde paden, die veelal als steigers door het water zijn aangelegd. Bijna als vanzelfsprekend staat het park op de lijst van UNESCO werelderfgoederen. Met het oog op de zeer onzekere weersvoorspellingen wil ik vandaag een flink stuk afleggen. De weg van Plitvicka naar Karlovac met zijn ruime en snelle bochten helpt zeker mee. Van Karlovac rijdt ik naar Novo Mesto, over de grens met Slovenië, back in the EU! Je merkt meteen het verschil o.a. veel meer moderne bedrijfspanden , kleine dorpjes en rijkdom i.h.a. Het landschap en de wegen doen Oostenrijks aan, maar zijn daardoor niet minder mooi, integendeel! Omdat het vandaag zo is opgeschoten en het mooi weer is maak ik een ik mooie omweg via het dal van de Krka en de plaatsen Trebnj, Sevnica en Zidanj Most. Van hieruit volg ik het Sava-dal naar Ljubljana. De hoofdstad van Slovenië blijkt over een heel compact en gezellig centrum te beschikken. In een japans restaurant gezellig geborreld met een groepje leuke dames.

Dag 22: 16 september: Ljubljana -> Mittelstatt , AUT (229 km)

Na het ontbijt vertrek ik uit Ljubljana richting Bled. Ik ga niet rechtstreeks maar via de bergen rondom Bohinsjka Bistrica, waarbij de weg steeds smaller, steiler en bochtiger wordt. Op een gegeven moment begeeft mijn koplamp het en begint het te druppelen. Bij de afdaling zet ik af en toe maar de knippers aan om tegenliggers op mijn afwezigheid te attenderen. Eenmaal beneden gaat het fiks regenen. Bij het schuilen bij een café-restaurant ontmoet ik een groep Zwitserse motorrijders, die voor een groter gezelschap op verkenning zijn voor een reis t/m Kroatië. Ze zijn dus zeer geà”nteresseerd in mijn ervaringen. Zal nog wel eens met ze mailen om te horen wat er van geworden is, of om tips in te winnen over rijden in Zwitserland. De bui is snel over en BMW heeft me inmiddels het adres van de dealer in Klagenfurt ge-SMSt. Dat is maar 50 km, dus ik vertrek. Onderweg maak ik nog even een fotootje in het zeer toeristische Bled. De bergpas over de grens met Oostenrijk is lekker bochtig, bepaald geen straf dus, deze kleine omweg. Het vervangen van het lampje is zo gepiept en ik vervolg mijn weg via Feldkirchen richting Spittal. Het begint weer te regenen dus ik stop in Millstatt aan het meer met dezelfde naam. Omdat het niet meer droog wordt neem ik mijn intrek in hotel Nikolasch. Dit blijkt een alleraardigst familiehotel met alle gemakken, incl. garage voor de motor, en belachelijk goedkoop. Helaas krijgen we WiFi niet werkend op mijn netbook.

Dag 23: 17 september: Mittelstatt -> Innsbruck (299 km)

De waard belt voor mij het nummer van de wegeninformatie en vertelt dat de Grossglockner Alpenstrasse inmiddels gesloten is voor de winter. Ook goed, dan rijden we toch een andere mooie route? Het weer is echter schitterend en bij de afslag naar de Grossglockner staat aangegeven dat deze geopend is , dus ik probeer het maar. Gelukkig maar, want deze dag blijkt het toetje van de reis. Ok, je betaalt 18 euro, maar dan mag je (desnoods de hele dag op en neer) over een van Europaà­s hoogste en mooiste bergpassen. Het asfalt is prima en de haarspelden zijn relatief ruim dus lekker plat erdoor. Eén zijweg leidt naar de Franz Jozef gletscher en een andere naar de Edelweisspitze (2750m). De vergezichten zijn schitterend, ondanks of misschien wel mede door de wolken en mistflarden. Eenmaal beneden aan de andere zijde van de Hohe Tauern kies ik voor de Gerlospas, waar de putdeksels een beetje ongelukkig in de bochten liggen. Ipv de hoofdweg neem ik een hoger gelegen weggetje door het Inntal naar het treinstation in Insbruck. Ik deel de cabine met o.a. een Ierse en Engelse motorrijder, allebei (ook) knettergek, dus we hebben een hele leuke avond.

Dag 24; 18 september: Düsseldorf , D -> Berkel en Rodenrijs, NL (230 km)

We worden erg vroeg gewekt omdat de trein eerder dan het oorspronkelijke schema zal aankomen in Düsseldorf. Ontbijten, omkleden, motor van de trein halen, afscheid nemen en via de autobahn richting Nijmegen. Het is maar 11 graden, zeker 15 graden kouder dan toen ik enkele weken geleden vertrok. Er zijn zelfs al bladeren van de bomen gevallen. In de loop van de ochtend rijdt ik weer onze oprit op in Berkel, en word ik weer herenigd met mijn vriendin.

2009 Balkan

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply